Stilaan neigen de fiscale richtlijnen, die van toepassing zouden worden vanaf 01/01/2012 naar een zeker mate van stabilisering.
Sinds eind december 2011 zijn er heel wat wijzigingen...
U bent BTW-plichtige en u voert goederen in vanuit een niet EEG land. In dat geval moet u BTW betalen bij de invoer van deze goederen aan de douane.
De BTW die u betaalt bij de invoer, kan u later recupereren via uw Belgische BTW-aangifte. U moet dan een enig document opmaken en teruggave van de betaalde BTW vragen. Dit kan echter enkele maanden duren alvorens men u BTW terugbetaalt, mogelijk krijgt u ook nog een teruggavecontrole.
Wanneer u gebruik maakt van deze vergunning, hoeft u geen BTW te betalen aan de douane bij het invoeren van goederen uit een derde land.
U kan hiervan gebruik maken als u periodieke BTW-aangiften indient en houder bent van de desbetreffende vergunning.
Wanneer de belastingplichtige de vergunning verkregen heeft, moet hij deze toepassen voor alle invoeren die hij in België verricht en waarvoor de BTW opeisbaar is bij het indienen van de aangifte ten verbruik. Tijdens de geldigheidsduur van de vergunning mag hij geen gebruik meer maken van de normale regeling waarbij de BTW betaald wordt aan de douane.
Als u een aanvraag wenst te doen van de nodige vergunning, moet u het document in drievoud indienen bij de centrale administratie van de A.O.I.F.
Naast de verklaring dat u gebruik wenst te maken van aanschrijving nr. 22 van 21 augustus 2002 (ET675.5), dient u ook het geraamd bedrag van de invoer te vermelden, zodat de waarborg berekend kan worden (zie infra).
Centrale Administratie AOIF, sector BTW, Dienst 1 – Directie 9
Financietoren Bus 61, Kruidtuinlaan 50
1010 BRUSSEL
U kan gebruik maken van de vergunning vanaf de datum waarop ze werd verleend voor alle aangiften voor het verbruik die vanaf die datum worden gevalideerd en die de opeisbaarheid van de belasting vaststellen.
Als u van deze vergunning gebruik wenst te maken zal u een waarborg moeten betalen aan de BTW-administratie. Deze waarborg is gelijk aan 1/24 van de totale BTW die u betaalde over de ingevoerde goederen gedurende de laatste 4 kwartalen die uw aanvraag voorafgaan.
Het bedrag van de waarborg moet bij de aanvraag van de vergunning door de aangever zelf berekend worden.
Als u voor het eerst gaat invoeren, zal u zelf moeten ramen welk bedrag aan goederen u denkt in te voeren in de loop van de volgende 12 maanden. U betaalt dan ook 1/24 van de BTW over dat geraamde bedrag.
De waarborg moet u storten op een bijzondere rekening. Het rekeningnummer waarop u moet storten krijgt u van de BTW-administratie na goedkeuring van de aanvraag.
De storting moet ontvangen zijn binnen de 3 maanden na het verzenden van de brief waarbij de administratie de belastingplichtige uitnodigt de waarborg te betalen. De betaling dient in éénmaal te gebeuren.
Elk jaar voor 20 april zal de houder van de vergunning (belastingplichtige) de waarborg opnieuw moeten bekijken en de BTW-administratie op de hoogte brengen van het resultaat van de herziening. U bekijkt het werkelijk bedrag aan invoeren van vorig jaar. Werd er in vorig jaar meer ingevoerd dan u raamde en was de gestorte waarborg te laag dan moet u een bijkomend bedrag aan waarborg storten.
Wanneer de belastingplichtige slechts in de loop van het kalenderjaar voor de eerste herziening gestart is met invoeren, mag de berekening niet worden verricht op basis van 1/24, maar op basis van een breuk waarvan de teller 1 bedraagt en de noemer gelijk is aan het dubbel van het aantal maanden van dat kalenderjaar te rekenen vanaf de maand waarin de eerste invoer heeft plaatsgevonden.
Heeft u echter minder ingevoerd dan geraamd dan kan u de teveel betaalde waarborg terugvragen via uw BTW-aangifte rooster 62 (aangifte uiterlijk tegen 20 april).
Daarnaast moet u ook het document opsturen in 2 exemplaren waarbij u aangeeft dat u een teruggave wenst. Deze brief moet u opsturen voor het verstrijken van de wettelijk voorziene termijn betreffende de indiening van de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belastingplichtige zijn recht op teruggaaf uitoefent.
Het is echter niet verplicht om deze waarborg terug te vragen. Als u dit niet doet, moet u naar de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor de modelbrief in 2 exemplaren opsturen.
U kan dus enkel teruggave hebben van de waarborg in de volgende gevallen:
Bij de berekening van de eerste herziening dient u niet alleen rekening te houden met de invoeren waar u gebruik maakt van de speciale procedure, maar ook de invoer waarbij de BTW bij de douane betaald werd.
De administratie weigert de vergunning te verlenen wanneer :
U kan op ieder moment afzien van de vergunning als u dit wenst. Wanneer u dit wenst, moet u aan uw plaatselijk BTW-controlekantoor het document in tweevoud aangetekend opsturen. Vervolgens zal men u waarborg terugbetalen, u moet er wel rekening mee houden dat dit een definitieve beslissing is.
Ook de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan op gelijk wel tijdstip de vergunning intrekken. Dit kan het geval zijn bijvoorbeeld als de houder de opgelegde toepassingsvoorwaarden niet naleeft. Bij intrekking van de vergunning wordt een grondig gemotiveerde aangetekende brief aan de belastingplichtige gestuurd door de eerstaanwezend inspecteur van het controlekantoor.
De vergunning vervalt ambtshalve wanneer
De belastingplichtige die een vergunning heeft moet voor elke invoer waarvoor de BTW opeisbaar is, op het douanekantoor van invoer een enig document voorleggen, dat als aangifte ten verbruik wordt gebruikt.
De aangever moet op eigen verantwoordelijkheid de code G aanbrengen in de kolom WB (wijze van betaling) van vak 47 van het Enig document. Bovendien moet vak 48 van dat document worden aangevuld met het nummer van de uitgereikte vergunning.
De aangifte voor verbruik moet worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen.
Het bedrag van de BTW dat verschuldigd is volgens het enig document moet worden opgenomen in rooster 57.
Datzelfde bedrag mag worden opgenomen in rooster 59 van dezelfde aangifte voor het gedeelte waarvan de aftrek bij toepassing van de artikelen 45 en 46 van het BTW-Wetboek is toegestaan.
De overeenkomstig artikel 34 van het BTW-Wetboek bepaalde maatstaf van heffing bij invoer die voorkomt op de aangifte voor verbruik, wordt zoals eerder vermeld opgenomen in rooster 87 van de periodieke aangifte alsook naargelang de aard der ingevoerde goederen in rooster 81,82 of 83.