Stilaan neigen de fiscale richtlijnen, die van toepassing zouden worden vanaf 01/01/2012 naar een zeker mate van stabilisering.
Sinds eind december 2011 zijn er heel wat wijzigingen...
Wanneer u uw aangifte indient, begint een fiscale procedure die gaat van controle over aanslag tot mogelijk betwisting bij de rechtbank. Een kort overzicht van deze fiscale procedure.
Tijdens het voorjaar (april, mei) ontvangt de belastingplichtige een aangifteformulier. Hij heeft dan minimaal 1 maand (wet), doch meestal tot 30 juni om zijn inkomsten van het vorig jaar erop in te vullen. Let er wel op dat de datum die op de eerste bladzijde vermeld wordt, niet overschreden wordt : dat is de uiterste datum waarop de aangifte bij de controleur moet aankomen. Indien de belastingplichtige geen aangifteformulier ontvangen heeft, is hij niet van de aangifteverplichting bevrijd. Volgens de wet moet hij die geen aangifteformulier ontvangen heeft er zelf een aanvragen en dit op uiterlijk 1 juni van het aanslagjaar. Het niet indienen van een aangifte of een laattijdige aangifte kan leiden tot een taxatie van ambtswege, tot administratieve sancties en eventueel tot strafrechtelijke sancties.
De administratie zal het aangifteformulier controleren. Hierbij dient als uitgangspunt genomen te worden dat op een regelmatig ingediende aangifte (tijdig en zonder vormgebreken) een vermoeden van juistheid kleeft. Waar zij enerzijds aan de belastingplichtige zal vragen om het bewijs van de aftrekbaarheid van de opgetekende kosten te leveren, komt het aan de administratie zelf toe het bewijs te leveren dat de aangegeven inkomsten niet met de werkelijkheid stroken. Zij mag daarvoor alle bewijsmiddelen van het gemeen recht aanwenden, met uitzondering van de eed. Terzake zijn er in het wetboek een aantal specifieke wettelijke vermoedens ingeschreven :
Het weerlegbaar wettelijk vermoeden dat wanneer iemand met een bepaald bedrag tevoorschijn komt, men mag veronderstellen dat het geld afkomstig is van belastbare (beroeps)inkomsten, verworven tijdens de periode die men onderzoekt.
Als de administratie voorafgaandelijk de boekhouding van de handelaar of beoefenaar van het vrije beroep heeft kunnen verwerpen, is er een weerlegbaar wettelijk vermoeden dat het gemiddelde van de winsten/baten van de 3 soortgelijke belastingplichtigen de belastbare winst/baat van de betrokken belastingplichtige is.
Bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens, kan men (administratie en belastingplichtige) voor bepaalde categorieën van belastingplichtigen terugvallen op forfaitaire aanslagbasissen (winstschalen), die in overleg met de betrokken bedrijfsorganisaties jaarlijks vastgesteld worden. De toepassing van de forfaitaire aanslag kan door de belastingplichtige niet afgedwongen worden. De administratie heeft immers als eerste taak een belastbaar inkomen vast te stellen dat de werkelijkheid zo dicht mogelijk benadert. Kan zij het bewijs van een hoger inkomen leveren, mag dat in de plaats gesteld worden.
Waar de eenvoudige dossiers jaarlijks onderzocht worden, zullen de andere dossiers gedurende een periode van zes jaar 1 grondige controle, 1 beheerscontrole en 4 inordestellingen ondergaan.
Een inordestelling omvat enkel een bijwerking van het permanent dossier, een nummering van de bijlagen, het maken van notities i.v.m. mogelijke onregelmatigheden. Een beheerscontrole is een controle van één of meer bestanddelen van de aangifte. Bij een grondige controle (al dan niet ten huize van de belastingplichtige) worden alle posten van de aangifte grondig nagezien en zal de administratie gebruik maken van alle bewijsmiddelen, waarover zij mogelijk beschikt, dus m.i.v. de indiciaire afrekening.
Wanneer de aanslagambtenaar wil afwijken van de aangegeven inkomsten en uitgaven om de belastbare basis vast te stellen, moet hij vooraf aangetekend een bericht van wijziging verzenden. De belastingplichtige heeft één maand de tijd vanaf de derde werkdag volgend op verzending van dat bericht om hierop te reageren.
Indien de fiscus niet (volledig) op de door de belastingplichtige geformuleerde opmerkingen wenst in te gaan, moet zij dat op een gemotiveerde wijze laten weten (een met redenen omkleed aangetekend schrijven, uiterlijk op de dag waarop de belasting ingekohierd wordt).
Eenmaal het belastbaar inkomen is vastgesteld (waarbij men dus mogelijk rekening heeft gehouden met de tegenargumenten van de belastingplichtige op het bericht van wijziging) en de verschuldigde belasting erop berekend, zal de administratie zorgen voor een uitvoerbare titel. Dit gebeurt via de inkohiering. In het kohier (authentieke akte) wordt de identiteit van de belastingschuldige aangeduid, alsmede de aard en het bedrag van de verschuldigde belasting. De uitvoerbaarverklaring (handtekening, datum) gebeurt door de gewestelijke directeur.
De belastingschuldige wordt van zijn schuld tegenover de fiscus op de hoogte gesteld via het aanslagbiljet : dit is een uittreksel uit het artikel van het kohier waarin de belastingschuldige is opgenomen. Het heeft de aard van een betalingsbevel.
Het belastbare tijdperk + periode tot 31/12 van het derde daaropvolgende jaar
De uiterste datum voor vestiging aanslag op een regelmatig ingediende aangifte is vastgesteld op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar (inkohieringstermijn van 18 maanden). Voor niet regelmatig ingediende aangiften, inclusief de aangifte waarop men bepaalde inkomsten ‘vergeten’ heeft te vermelden of waarin bepaalde uitgaven worden verworpen, wordt de aanslagtermijn uitgebreid tot 31 december van het daaropvolgend jaar.
In geval van fraude kan de onderzoeks- en aanslagtermijn met 2 jaar verlengd worden en wordt dus van 3 jaar op 5 jaar gebracht.
Twee maanden na toezending aanslagbiljet
Eenmaal een belasting ingekohierd is kan de belastingschuldige tegen de aanslag in bezwaar gaan. Hij heeft hiervoor 3 maanden den tijd, vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet. Met een gemotiveerd aangetekend schrijven vraagt hij aan de directeur der belastingen om een administratieve controle door te voeren op de gevestigde aanslag. Deze taak wordt toevertrouwd aan de ‘geschillencel’, die in elk controlecentrum naast het taxatiecentrum ingericht wordt.
Ben je niet akkoord met de administratieve beslissing (aangetekende brief), dan kan je de zaak binnen de 3 maanden voorleggen aan de rechter (rechtbank van eerste aanleg). Je hoeft zelfs niet te wachten om de beslissing van de directeur : 6 maanden vanaf de indiening van het bezwaarschrift kan je sowieso de gevestigde aanslag betwisten door een vordering in te stellen bij de rechtbank van eerste aanleg.