Stilaan neigen de fiscale richtlijnen, die van toepassing zouden worden vanaf 01/01/2012 naar een zeker mate van stabilisering.
Sinds eind december 2011 zijn er heel wat wijzigingen...
Vaker beslissen bedrijfsleiders om hun zelfstandige activiteit onder te brengen in een managementvennootschap. Wat zijn hiervan de fiscale gevolgen? En wat zijn vooral de mogelijkheden?
De oprichting van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid brengt mede dat deze vennootschap onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. De fiscale aanslagvoet voor de vennootschappen ligt heel wat lager dan deze voor de personenbelasting.
Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid vallen niet onder de vennootschapsbelasting doch onder de personenbelasting. De vennoten worden individueel getaxeerd volgens hun aandeel in de associatie.
In bepaalde gevallen is het fiscaal statuut één van de doorslaggevende argumenten om een vennootschap op te richten.
Door een splitsing van de inkomsten tussen personen- en vennootschapsbelasting kan fiscaal geoptimaliseerd worden. Daarnaast kunnen bij de opstart van de vennootschap een aantal éénmalige fiscale operaties gebeuren. Indien men beslist om een vennootschap te stichten omwille van fiscale redenen dan is het wenselijk vooraf een diepgaand onderzoek te verrichten naar de economische wenselijkheid.
De voornaamste fiscale reden die aan de basis ligt om de overstap naar de vennootschapsstructuur te maken, is ongetwijfeld de tariefkloof die bestaat tussen de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. We vertrekken van de onderstaande vergelijkende tabellen.
| Belastbare inkomsten | Tarief inkomsten 2011 - AJ 2012 |
| Schijf van 0,00 € - 8.070,00 € | 25% |
| Schijf van 8.070,00 € - 11.480,00 € | 30% |
| Schijf van 11.480,00 € - 19.130,00 € | 40% |
| Schijf van 19.130,00 € - 35.060,00 € | 45% |
| Schijf boven 35.060,00 € | 50 % |
• De belasting moet verhoogd worden met de gemeentebelastingen dewelke tussen 6 en 8 % bedragen van de basisbelasting. Op de hoogste schijf bedraagt de belasting alsdan 54 % (50 % X 1,08).
In de vennootschapsbelasting zijn er twee soorten tarieven met name:
• Gewoon basistarief
Het gewoon basistarief bedraagt 33 % + 3 % ACB = 33,99 %
• Verlaagd opklimmend basistarief
Het verlaagd opklimmend basistarief bedraagt voor vennootschappen waarvan de belastbare winst
niet méér bedraagt dan 322.500,00 euro:
| Belastbare winst | Tarief inclusief ACB |
| Schijf van € 0 - € 25.000 | 24,98% |
| Schijf van € 25.000 - € 90.000 | 31,93% |
| Schijf van € 90.000 - € 322.500 | 35,54 % |
ACB = aanvullende crisisbelasting
In een aantal gevallen is het verlaagd tarief niet van toepassing. Dit is onder meer het geval bij:
In regel valt een managementvennootschap niet onder de uitzonderingen zodat het verlaagd tarief van toepassing is.
Situatie 1: éénmanszaak met belastbaar inkomen 50.000 euro
Situatie 2: vennootschap met belastbare van 25.000 euro winst na aftrek van een wedde aan de zaakvoerder van 25.000 euro.
Door een splitsing van de belastbare inkomsten van 50.000 euro en door aldus een gedeelte in de vennootschapsbelasting te laten belasten, is er een belastingsvoordeel van 5.680 euro.
De vennootschap laat gemakkelijk toe om de uitgaven te plannen door onder meer de hierna volgende punten.
Het persoonlijk inkomen van de bedrijfsleider kan volledig onafhankelijk worden gemaakt van het bedrijfsresultaat van de vennootschap en kan uitsluitend worden vastgesteld in functie van de financiële noden van de betrokkene. Dit laat toe aan de bedrijfsleider over de jaren heen een stabiel inkomen toe te kennen. De hoogte van het inkomen is, algemeen gesteld, vrij te bepalen.
Het principe van reservering van winsten is het onmiskenbaar uitgangspunt voor een fiscaal optimaal gebruik van de vennootschapsstructuur. Dit principe zal des te meer haar vruchten afwerpen wanneer hoge uitschieters in het persoonlijk inkomen van de natuurlijke persoon voorkomen, uitschieters die in de personenbelasting in grote mate zouden worden afgeroomd door de progressiviteit van de belastingsschalen. Deze “inkomenspieken” kunnen in de vennootschap worden gereserveerd tegen voordeliger tarieven.
Hier is wel enige nuancering aan de orde: belasting op inkomsten uit beleggingen van het privé-patrimonium houdt meestal op met de inhouding van de roerende voorheffing (als die al van toepassing is). Daarentegen zijn de inkomsten uit het kapitaal dat via reservering in de vennootschap wordt opgebouwd, belast aan de gewone tarieven van de vennootschapsbelasting.
De in de vennootschap opgehoopte middelen zijn goedkoper dan de eigen middelen verworven na betaling van de personenbelasting.
Deze middelen kunnen onder meer aangewend worden om investeringen uit te voeren.
Door een splitsing van de belastbare winsten kan fiscaal geoptimaliseerd worden.
Elk fiscaal optimatisatiemechanisme dient altijd in zijn globale context te worden geplaatst. Dit is zeker het geval voor de beloningsstructuren t.v.v. bedrijfsleiders, die zowel de belasting in hoofde van de vergoedende vennootschap als de belasting in hoofde van de verkrijger moeten integreren.
Voorbeeld
Het typevoorbeeld is een gebouw dat in huur wordt gegeven aan een vennootschap door één van haar bedrijfsleiders. In hoofde van de bedrijfsleider is de huurprijs in de personenbelasting belastbaar als een onroerend inkomen. Dit levert voor de bedrijfsleider driedubbel voordeel op (in vergelijking met een bedrijfsinkomen):
Herkwalificatie
Bij wet van 28 juli 1992 voerde de wetgever echter nieuwe bepalingen in die tot doel hadden het als overdreven beschouwde gedeelte van de huurinkomsten als beroepsinkomsten te herkwalificeren.
De herkwalificatie komt in het kort op het volgende neer.
Wanneer de huurinkomsten overdreven zijn, op basis van een berekeningsmethode, dan wordt het saldo niet als onroerende inkomsten maar als inkomsten uit een beroepsuitoefening gecatalogeerd, waardoor de hierboven vermelde voordelen wegvallen.
Voorbeeld
Wanneer de vennootschap belangrijke investeringen plant, beschikt zij in principe over drie bronnen om aan de nodige fondsen te komen. Aanspreking van de reserves, een beroep doen op externe financieringsbronnen (financiële instellingen) ofwel worden de nodige gelden of een gedeelte ervan door de bedrijfsleider hetzij ingebracht onder de vorm van kapitaal (kapitaalverhoging), hetzij onder de vorm van voorschotten.
Deze laatste mogelijkheid kan een fiscaal vriendelijk instrument zijn voor het overhevelen van gelden van de vennootschap naar de natuurlijke persoon. Intresten betaald door vennootschappen zijn in principe aftrekbaar van de belastbare inkomsten. In hoofde van de verkrijger-fysische persoon is de totale fiscale last slechts gelijk aan de bevrijdende roerende voorheffing.
Herkwalificatie
Intresten op voorschotten aan een vennootschap verleend door een aandeelhouder, natuurlijke persoon of door een bedrijfsleider, worden als dividend beschouwd wanneer en in de mate één van volgende grenzen worden overschreden.
De zaakvoerder-bedrijfsleider maakt soms gebruik van goederen van de vennootschap waarvoor geen vergoeding betaald wordt. In dergelijk geval geniet hij van voordelen in natura. Zij worden gewaardeerd en bij zijn persoonlijk inkomen gevoegd.
Indien voordelen van alle aard worden toegekend dan worden deze bij het bepalen van de belastbare basis bij de verkrijger in aanmerking genomen ten belope van de werkelijke waarde van dat voordeel in hoofde van de verkrijger. Men houdt dus rekening met de kost van het voordeel voor de verkrijger indien hij het rechtstreeks zou aanschaffen en niet met de kost in hoofde van de werkgever.
Uiteraard leidt dit tot waarderingsproblemen en de wetgever heeft het daarom wenselijk geacht om de meest frequent toegekende voordelen forfaitair te waarderen. Deze forfaitaire waardering heeft o.a. volgende voordelen:
De aldus vastgestelde forfaitaire waarde moet steeds verminderd worden met de bijdrage van de werknemer in de kosten.
Het fiscaal voordeel van het toekennen van voordelen van alle aard of voordelen in natura bestaat er precies in dat de forfaitair vastgestelde waarden vaak lager liggen dan de werkelijke waarde van het toegekende voordeel. Het nadeel van het toekennen van voordelen van alle aard als onderdeel van een bezoldigingspolitiek is dat de waardering per K.B. wordt geregeld en dus steeds vatbaar is voor wijzigingen.
Daar de beoordeling van de toekenning van voordelen in natura regelmatig wijzigt, wordt hier niet dieper op ingegaan.
Bedrijfsleiders zijn, net als vrije beroepers en andere zelfstandigen, onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen en zijn uit dien hoofde sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd. Er wordt naar gestreefd enerzijds de bezoldiging zo laag mogelijk te houden, rekening houdende met de financiële noden van de bedrijfsleider, en anderzijds, daar waar het kan, de bezoldigingen om te zetten in roerende of onroerende inkomsten.
Op die manier zal niet enkel de verschuldigde personenbelasting kunnen worden beperkt, maar zal ook de berekeningsgrondslag voor de sociale zekerheidsbijdragen in belangrijke mate worden verlaagd.
De huidige wetgeving dewelke de pensioenvormingen langs persoonlijke bijdragen en langs bijdragen langs de vennootschap stimuleert, laat niet onbelangrijke ruimtes om relatief belangrijke bedragen aan de vennootschap te onttrekken en op een pensioenrekening te storten.
Door de stichting van een vennootschap kan alvast fiscaal voordeel ontstaan. Wanneer men aandacht heeft voor zowel de éénmalige als de jaarlijkse optimalisatie dan is de oprichting van een vennootschap om fiscale redenen het overwegen waard. Ook wanneer niet fiscale redenen aan de oorsprong liggen van de oprichting, zijn de fiscale argumenten te onderzoeken.