Stilaan neigen de fiscale richtlijnen, die van toepassing zouden worden vanaf 01/01/2012 naar een zeker mate van stabilisering.
Sinds eind december 2011 zijn er heel wat wijzigingen...
U besluit om als vrije beroeper uw activiteiten onder te brengen in een vennootschap en te stoppen met de éénmanszaak. Hoe zit het dan met de meerwaarden en openstaande vorderingen?
Door de inbreng of verkoop kunnen meerwaarden ontstaan (verkoop aan hogere prijs dan boekwaarde voor investeringen, verkoop van cliënteel – goodwill, verkoop van goederen, bibliotheek enz.).
De meerwaarden die naar aanleiding van de overdracht van de éénmanszaak aan de vennootschap worden vastgesteld of verwezenlijkt op de bedrijfsactiva, zijn belastbaar. Hierbij is het zonder belang of de activa worden ingebracht in de vennootschap of eraan verkocht worden. De overdracht impliceert noodzakelijk de volledige en definitieve stopzetting van de overgedragen activiteit door de overdrager. De stopzetting van de activiteit kan zowel vrijwillig als gedwongen zijn. Gaat de overdracht niet gepaard met de stopzetting van de overgedragen activiteit, dan is het regime van de stopzettingsmeerwaarden, zoals hierna omschreven, niet van toepassing en zijn de meerwaarden belastbaar tegen gewone tarieven van de personenbelasting.
Met stopzettingsmeerwaarden worden bedoeld de meerwaarden op lichamelijke goederen en onlichamelijke goederen en op grondstoffen, producten en koopwaren, die worden verkregen of vastgesteld uit hoofde of naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de onderneming of van de uitoefening van een vrij beroep. Alleen de meerwaarden op activa die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid gebruikt werden zijn belastbaar. Voor goederen die zowel beroepsmatig als privé worden gebruikt, is alleen de meerwaarde op het beroepsmatige gedeelte belastbaar.
De stopzettingsmeerwaarden worden belast tegen verschillende tarieven afhankelijk van de aard van het actiefbestanddeel:
Door het creëren van meerwaarden kan aldus, éénmalig, handig gebruik worden gemaakt van het verschil tussen de verschillende aanslagvoeten van toepassing in de personen- en de vennootschapsbelasting.
Het doet zich veelal voor dat, op het moment van de stopzetting en de eventuele overdracht van de beroepswerkzaamheid aan de vennootschap, de zelfstandige beroepsbeoefenaar nog een aantal onbetaalde honoraria of uitstaande vorderingen heeft. Deze uitstaande vorderingen kunnen al dan niet in of aan de vennootschap worden ingebracht of verkocht.
Voor niet-betaalde honoraria van vrije beroepers heeft de al dan niet overdracht wel enig fiscaal gevolg. De niet-betaalde erelonen zullen immers op het moment van de eventuele overdracht nog niet belast worden. De belastbaarheid van baten in de personenbelasting wordt immers uitgesteld tot op het moment van de werkelijke inning van de inkomsten.
Het lijkt dan ook niet aangewezen om vorderingen waarvan de inkomsten het karakter van baten hebben, aan de vennootschap over te dragen.