Stilaan neigen de fiscale richtlijnen, die van toepassing zouden worden vanaf 01/01/2012 naar een zeker mate van stabilisering.
Sinds eind december 2011 zijn er heel wat wijzigingen...
Vaak is het niet 100% duidelijk wanneer er bij werk in onroerende staat moet gefactureerd worden met medecontractant en wanneer BTW moet worden aangerekend.
Hierna vindt u de belangrijkste vuistregels.
Als onderstaande 3 voorwaarden tegelijkertijd vervuld zijn moet u als aannemer verplicht factureren met medecontractant (vermelding op factuur “KB n°1 art 20 BTW te voldoen door de medecontractant”).
Het moet gaan om werk in onroerende staat. Onder werk in onroerende staat wordt begrepen: “het bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen, onderhouden, reinigen en afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt”.
De klant moet een geldig BTW-nummer hebben en ook periodiek BTW-aangiftes indienen.
De geldigheid van een BTW nummer kan op onderstaande site worden gecontroleerd.
http://ec.europa.eu/taxation_customs/vies/lang.do?fromWhichPage=vieshome&selectedLanguage=NL
De werken moeten gebeuren aan een pand dat geheel of gedeeltelijk (voor minstens 1%) beroepsmatig gebruikt wordt. Indien het pand waaraan de werken worden uitgevoerd in een vennootschap zit, moet altijd gefactureerd worden met medecontractant, aangezien privégebruik niet bestaat voor een vennootschap. Dus indien werken gebeuren aan een woning die in de vennootschap zit, moet altijd een factuur worden opgemaakt met medecontractant.
Is er één van onderstaande voorwaarden niet vervuld, moet u een factuur opmaken/krijgen met BTW. Indien u als opdrachtgever ten onrechte een factuur met BTW (i.p.v. met medecontractant) ontvangt is de BTW niet aftrekbaar.