De fiscale procedure: van aangifte tot rechtbank

De fiscale procedure: van aangifte tot rechtbank

Wanneer u uw aangifte indient, begint een fiscale procedure die gaat van controle over aanslag tot mogelijk betwisting bij de rechtbank. Een overzicht van deze fiscale procedure.

Aangifte

U heeft twee mogelijkheden:
- online aangifte via Tax-on-web (externe link)
papieren aangifte, te versturen per post
Als u een voorstel van vereenvoudigde aangifte krijgt, moet u geen aangifte indienen.

Wanneer moet ik mijn aangifte indienen?

Papieren aangifte: ten laatste op 29 juni 2017
Hulp bij het invullen: ten laatste op 30 juni 2017
Wijzigen van het voorstel van vereenvoudigde aangifte per post: ten laatste op 29 juni 2017
Aangifte via Tax-on-web: ten laatste op 13 juli 2017
Wijzigen van het voorstel van vereenvoudigde aangifte via Tax-on-web: ten laatste 13 juli 2017
Aangifte via uw mandataris: ten laatste op 26 oktober 2017

Wanneer zal ik mijn aanslagbiljet ontvangen?

Er kan geen exacte datum meedelen. De datum hangt namelijk van verschillende factoren af: de indieningsdatum van de aangifte, de eventuele controle van de gegevens, de wijze van indiening van de aangifte (Tax-on-web of op papier)...

Tot 30 juni van het jaar volgend op het jaar waarop de aangifte is ingediend, zal de verschuldigde belasting of de terugbetaling worden gevestigen. De verzending van het aanslagbiljet volgt na de berekening van de belasting.

 

Controle en bewijs

De administratie zal het aangifteformulier controleren.  Hierbij dient als uitgangspunt genomen te worden dat op een regelmatig ingediende aangifte (tijdig en zonder vormgebreken) een vermoeden van juistheid kleeft.  Waar zij enerzijds aan de belastingplichtige zal vragen om het bewijs van de aftrekbaarheid van de opgetekende kosten te leveren, komt het aan de administratie zelf toe het bewijs te leveren dat de aangegeven inkomsten niet met de werkelijkheid stroken.  Zij mag daarvoor alle bewijsmiddelen van het gemeen recht aanwenden, met uitzondering van de eed.  Terzake zijn er in het wetboek een aantal specifieke wettelijke vermoedens ingeschreven :

Indiciaire heffing

Het weerlegbaar wettelijk vermoeden dat wanneer iemand met een bepaald bedrag tevoorschijn komt, men mag veronderstellen dat het geld afkomstig is van belastbare (beroeps)inkomsten, verworven tijdens de periode die men onderzoekt.

Vergelijking met 3 soortgelijke belastingplichtigen

Als de administratie voorafgaandelijk de boekhouding van de handelaar of beoefenaar van het vrije beroep heeft kunnen verwerpen, is er een weerlegbaar wettelijk vermoeden dat het gemiddelde van de winsten/baten van de 3 soortgelijke belastingplichtigen de belastbare winst/baat van de betrokken belastingplichtige is.

Forfaitaire grondslagen van aanslag

Bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens, kan men (administratie en belastingplichtige) voor bepaalde categorieën van belastingplichtigen terugvallen op forfaitaire aanslagbasissen (winstschalen), die in overleg met de betrokken bedrijfsorganisaties jaarlijks vastgesteld worden.  De toepassing van de forfaitaire aanslag kan door de belastingplichtige niet afgedwongen worden.  De administratie heeft immers als eerste taak een belastbaar inkomen vast te stellen dat de werkelijkheid zo dicht mogelijk benadert.  Kan zij het bewijs van een hoger inkomen leveren, mag dat in de plaats gesteld worden.

Waar de eenvoudige dossiers jaarlijks onderzocht worden, zullen de andere dossiers een grondige controle, een beheerscontrole en een inordestellingen ondergaan.

Een inordestelling omvat enkel een bijwerking van het permanent dossier, een nummering van de bijlagen, het maken van notities i.v.m. mogelijke onregelmatigheden. Een beheerscontrole is een controle van één of meer bestanddelen van de aangifte.  Bij een grondige controle (al dan niet ten huize van de belastingplichtige) worden alle posten van de aangifte grondig nagezien en zal de administratie gebruik maken van alle bewijsmiddelen, waarover zij mogelijk beschikt, dus m.i.v. de indiciaire afrekening.

Bericht van wijziging

Wanneer de aanslagambtenaar wil afwijken van de aangegeven inkomsten en uitgaven om de belastbare basis vast te stellen, moet hij vooraf aangetekend een bericht van wijziging verzenden.  De belastingplichtige heeft één maand de tijd vanaf de derde werkdag volgend op verzending van dat bericht om hierop te reageren.

Indien de fiscus niet (volledig) op de door de belastingplichtige geformuleerde opmerkingen wenst in te gaan, moet zij dat op een gemotiveerde wijze laten weten (een met redenen omkleed aangetekend schrijven, uiterlijk op de dag waarop de belasting ingekohierd wordt).

Inkohiering

Eenmaal het belastbaar inkomen is vastgesteld (waarbij men dus mogelijk rekening heeft gehouden met de tegenargumenten van de belastingplichtige op het bericht van wijziging) en de verschuldigde belasting erop berekend, zal de administratie zorgen voor een uitvoerbare titel.  Dit gebeurt via de inkohiering.  In het kohier (authentieke akte) wordt de identiteit van de belastingschuldige aangeduid, alsmede de aard en het bedrag van de verschuldigde belasting.  De uitvoerbaarverklaring (handtekening, datum) gebeurt door de gewestelijke directeur.

Aanslagbiljet

De belastingschuldige wordt van zijn schuld tegenover de fiscus op de hoogte gesteld via het aanslagbiljet : dit is een uittreksel uit het artikel van het kohier waarin de belastingschuldige is opgenomen.  Het heeft de aard van een betalingsbevel.

Termijnen

Onderzoekstermijn

Het belastbare tijdperk + periode tot 31/12 van het derde daaropvolgende jaar

Aanslagtermijn

De uiterste datum voor vestiging aanslag op een regelmatig ingediende aangifte is vastgesteld op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar (inkohieringstermijn van 18 maanden).  Voor niet regelmatig ingediende aangiften, inclusief de aangifte waarop men bepaalde inkomsten ‘vergeten’ heeft te vermelden of waarin bepaalde uitgaven worden verworpen, wordt de aanslagtermijn uitgebreid tot 31 december van het daaropvolgend jaar.

In geval van fraude kan de onderzoeks- en aanslagtermijn met 2 jaar verlengd worden en wordt dus van 3 jaar op 5 jaar gebracht.

Betalingstermijn

Twee maanden na toezending aanslagbiljet

Verzetsprocedure

Eenmaal een belasting ingekohierd is kan de belastingschuldige tegen de aanslag in bezwaar gaan.  Hij heeft hiervoor 6 maanden den tijd, vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van aanslag van ambtswege (te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending).

Hoe kan u een bezwaar indienen ?

 

Een bezwaar moet u :
- of online via myminfin (uw persoonlijk fiscaal dossier)
- of schriftelijk indienen en u moet het zelf of door uw gevolmachtigde laten ondertekenen
U moet het bezwaar niet aangetekend verzenden.  Een gewone brief volstaat.
U moet het indienen bij het bevoegde Centrum. Adres terug te vinden op uw aanslagbiljet
In het bezwaar moet u vermelden tegen welk aanslagbiljet uw bezwaar gericht is.  U kunt alleen een bezwaar indienen als u een aanslagbiljet heeft gekregen.
Het bezwaar moet gemotiveerd zijn.  Dat betekend dat u de feitelijke en juridische argumenten moet aangeven die uw betwisting staven.
Tijdens de bezwaarprocedure kunt u om bemiddeling vragen bij de Fiscale bemiddelingsdienst.

Wat indien de bezwaartermijn verstreken is ?

 

Als de bezwaartermijn van 6 maanden na de verzending van uw aanslagbiljet verstreken is, kunt u in sommige gevallen nog een 'ontheffing van ambtswege' vragen.
Als het gaat om :
- een materiële vergissing
- een dubbele belasting
- nieuwe elementen die u wegens overmacht pas laattijdig kunt voorleggen
- het huwelijksquotient dat ten onrechte niet is toepast
- een belastingsvrije som die te laag is
- de vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten die ten onrechte niet is toegepast.
U kunt de administratie vragen om uw situatie recht te zetten op eenvoudig verzoek.
Voor deze aanvraag heeft u 5 jaar tijd, te tellen vanaf 1 januari van het aanslagjaar.
Ook tijdens deze procedure kunt u om bemiddeling vragen van de Fiscale Bemiddelingsdienst.

Wat te betalen in afwachting van de beslissing ?

 

U moet in eerste instantie alleen het bedrag betalen dat overeenkomst met ofwel :
- de belasting verschuldigd op de inkomsten die u heeft aangegeven of waarvoor u zich akkoord heeft verklaard
- de laatste belasting die op uw naam is gevestigd wanneer u geen aangifte heeft ingediend.
De ambetenaar die uw bezwaar behandelt, zal het onmiddellijk verschuldigde bedrag berekenen en u het zo snel mogelijk meedelen.

Kan u het onmiddellijk te beatlen bedrag betwisten ?

 

Ja,
- of u stelt een verdering voor de rechtbank van eerste aanleg
- of u vraagt uw gewestelijke directeur invordering om de schrsing van de betaling van uw belasting of om een ander onmiddellijk te betalen bedrag te bepalen.
Als u dat bedrag niet betaalt, kan uw ontvanger u juridsch vervolgen.

 

Nog vragen ?

Maak gebruik van ons gratis eerstelijnsadvies.

Stuur een e-mail Bel ons: 053/81.01.25

Delen