De tarieven binnen de vennootschapsbelasting

De tarieven binnen de vennootschapsbelasting

In regel wordt iedereen belast tegen het normale basistarief van 33%. Dit tarief moet nog eens verhoogd worden 3% crisisbelasting, zodat het werkelijke belastingtarief 33,99% bedraagt.

Wanneer de belastbare grondslag echter niet meer dan 322.500 euro bedraagt en er wordt aan een aantal voorwaarden voldaan, dan geldt er een verlaagd tarief die de volgende trapsgewijze manier heeft:

  • Op de schijf van 0 tot 25.000 EUR: 24,25% + 3% crisisbelasting = 24,98%
  • Op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR: 31% + 3% crisisbelasting = 31,93%
  • Op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR: 34,50% + 3% crisisbelasting = 35,54%

Er moet dus ook aan een aantal voorwaarden worden voldaan om het verlaagd tarief te kunnen genieten:

  • U mag geen financiële vennootschap zijn. Een financiële vennootschap is een vennootschap die aandelen of delen bezit waarvan de beleggingswaarde hetzij meer bedraagt dan 50% van de gerevaloriseerde waarde van het gestort kapitaal, hetzij meer bedraagt dan 50% van het (niet gerevaloriseerd) gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de (vrijgestelde) geboekte meerwaarden. Er moet aan beide grenzen tegelijkertijd worden voldaan, wat dus concreet betekent dat enkel het hoogste van de twee bedragen in aanmerking moet komen om de grens van 50% te bepalen. Om te bepalen of de grens van 50% overschreden is, worden de aandelen, die ten minste 75% vertegenwoordigen van het gestort kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, niet in aanmerking genomen. De door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen worden hier niet bedoeld.
  • U mag geen dochtervennootschap van een andere vennootschap zijn. Een dochtervennootschap betekent dat het maatschappelijk kapitaal voor ten minste de helft in het bezit is van andere, al dan niet binnenlandse, vennootschappen. Aandelen waarvan het vruchtgebruik aan andere vennootschappen toebehoort moeten buiten beschouwing gelaten worden. De door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen worden hier niet bedoeld.
  • De dividenduitkering mag niet hoger zijn dan 13% van het gestort kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk.
  • Er moet een minimale bezoldiging worden toegekend aan de zelfstandige bedrijfsleiders van de vennootschap. Hierbij moet er rekening gehouden met de gewone bezoldigingen, voordelen, vergoedingen en huurherkwalificatie om het bedrag van de bezoldiging te bepalen. Er moet eveneens rekening gehouden worden met de tantièmes die worden toegekend naar aanleiding van de bestemming van het resultaat. Er moet geen rekening gehouden worden met de dividenden en de terugbetaling van eigen kosten van de vennootschap. De minimale bezoldiging bedraagt momenteel 36.000 EUR of als het belastbaar inkomen van de vennootschap lager is dan 36.000 EUR moet de bezoldiging gelijk of hoger zijn dan het belastbaar inkomen van de vennootschap. De minimale bezoldiging moet aan ten minste één bedrijfsleider worden toegekend. Een cumulatie van de aan de verschillende bedrijfsleiders uitgekeerde bezoldigingen telt dus niet. Aan de andere kant moet niet elke bedrijfsleider de minimale bezoldiging krijgen. De door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen worden hier niet bedoeld.
  • U mag geen deel uitmaken van een groep waartoe een erkend coördinatiecentrum behoort.
  • Uw vennootschap mag geen beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal (BEVEK), met vast kapitaal (BEVAK) of in schuldvorderingen (VBS) of een beleggingsvennootschap met vast kapitaal met als uitsluitend doel de collectieve belegging in toegelaten financiële instrumenten uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen (private privak) zijn.
  • Uw vennootschap mag geen organisme voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 zijn.

Nog vragen ?

Maak gebruik van ons gratis eerstelijnsadvies.

Stuur een e-mail Bel ons: 053/81.01.25

Delen