Fiscale hervormingsmaatregelen 2018 – 2020

Fiscale hervormingsmaatregelen 2018 – 2020

Fiscale hervormingsmaatregelen 2018 – 2020

Eerste inzichten met betrekking tot vennootschapsbelasting en BTW

1.   Vennootschapsbelasting

 

a.   Roerende voorheffing bij kapitaalsverminderingen

·         Vanaf 2018 zal een kapitaalsvermindering niet langer belastingneutraal kunnen plaatsvinden.  Zo zal de kapitaalvermindering gedeeltelijk beschouwd worden als een dividend in verhouding tot de belaste reserves binnen het eigen vermogen (pro-rata berekening)

 

b.   Aanpassing notionele intrestaftrek

·         Vanaf 2018 zou de notionele intrestaftrek enkel nog berekend worden op de toename van het kapitaal (eigen vermogen ?) ten aanzien van een voortschrijdend gemiddelde van de vijf voorgaande jaren

 

c.   Aanpassing vrijstelling meerwaarde op aandelen

·         Vrijstelling van meerwaardebelasting op aandelen wordt gekoppeld aan de deelnemingsvoorwaarde inzake DBI-aftrek (minimale participatie van 10% ofwel aanschaffingswaarde van minstens 2.500.000 EUR)

·         Als compensatie wordt de minimale belasting van 0,412% voor grote ondernemingen afgeschaft, evenals de fairness-taks

 

d.   Invoering minimale bezoldiging voor alle vennootschappen

·         Alle vennootschappen zullen voortaan minstens 45.000 EUR bezoldiging per jaar moeten uitkeren aan minstens één bedrijfsleider/natuurlijke persoon. Uitzonderingen zullen gelden voor starters en voor vennootschappen waarvan belastbare basis lager is dan de minimale bezoldiging.

·         Minimale bezoldiging van 45.000 EUR zal gelden als voorwaarde om te kunnen genieten van het verlaagde tarief van 20% op de eerste schijf van 100.000 EUR (in plaats van 36.000 EUR op heden)

·         Sanctie : bijkomende aanslag van 10% op het verschil tussen effectief uitgekeerde bezoldiging en de minimale bezoldiging.  Bijkomende aanslag zou aftrekbaar zijn

·        
Voor een KMO-vennootschap die te weinig bezoldiging toekent aan een bedrijfsleider / natuurlijke persoon, is er dus blijkbaar voorzien in een dubbele sanctie :

-       Verlies van het verlaagd tarief (20% op de eerste schijf van 100.000 EUR)

-       De bijzondere heffing van 10% op het te weinig uitgekeerde bedrag van de bezoldiging

 

e.   Tijdelijke verhoging investeringsaftrek KMO-maatregel)

·         Vanaf 2018 zal het percentage van de investeringsaftrek verhoogd worden met 20% (en dit voor zowel KMO-vennootschap als eenmanszaken). Naast de gewone investeringsaftrek bestaan er eveneens verhoogde investeringsaftrekken voor specifieke investeringen.  Deze blijven evenwel ongewijzigd.

 

f.    Verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen

·         Vanaf 2018 zal de verhoging steeds worden toegepast indien er onvoldoende werd voorafbetaald

·         Verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen stijgt van 2,25% naar 6,75%

 

g.   Geen aftrek van vooruitbetaalde kosten

·         Vanaf 2018 zullen deze kosten slechts aftrekbaar zijn in het belastbaar tijdperk waarop deze kosten betrekking hebben.  De mogelijkheid om kosten vooruit te betalen en in het jaar van betaling volledig fiscaal in mindering te brengen, wordt afgeschaft.

 

h.  Effectieve belasting op taxatie naar aanleiding van een controle

·         Indien de belastbare basis van een vennootschap naar aanleiding van een controle wordt verhoogd, leidt dit op vandaag niet altijd tot een effectieve cash-out in de vorm van vennootschapsbelasting indien de vennootschap nog over fiscale aftrekken beschikt

·         Vanaf 2018 zal een verhoging van de belastbare basis naar aanleiding van een controle enkel nog kunnen verminderd worden met de CBI-aftrek van dat betreffende belastbare tijdperk.  De andere aftrekken (vorige verliezen, investeringsaftrek, …) zullen niet langer aangewend kunnen worden.

 


Overige maatregelen

 

Verwacht wordt vanaf 2018 :

·         Forfaitaire minimumbasis in geval van niet-aangifte of bij laattijdige aangifte zal verhoogd worden van 19.000 EUR naar 40.000 EUR

·         Stijging van de nalatigheidsintresten van 7% naar 9%

·         Aanpassing van de aftrek voor autokosten (en oa de 120% aftrekbaarheid)

Vanaf 2020 (niet-limitatief)

·         Geleidelijke invoering vanaf 2020 van een systeem van fiscale consolidatie

·         De mogelijkheid om voor 2017 vrijgestelde reserves tegen een gunstig tarief om te zetten in gewone belaste reserves (15%, dan wel 10% mits voorwaarden)

·         Schrapping in de vennootschapsbelasting van het stelsel van degressieve afschrijvingen

·         Invoering van een pro-rata temporis afschrijvingsannuïteit voor KMO-vennootschappen

·         Een disconto op schulden in verband met niet-afschrijfbare activa zal niet langer fiscaal aftrekbaar zijn

·         Strengere onderkapitalisatieregels en beperking van de aftrekbaarheid van interestlasten (in verhouding tot EBITDA)

·         Diverse vrijstellingen worden afgeschaft (o.a. vrijstelling voor aanvullende en bijkomende personeel, loon van stagiairs, …)

 

2.   Winstpremie voor werknemers

 

·         Bedrijven kunnen vanaf volgend jaar meer fiscaal aantrekkelijke winstpremies uitkeren aan hun personeel.  De praktische elementen van deze gunstregeling dienen nog verfijnd te worden maar concreet komt het erop neer dat bedrijven tot 30% van de loonmassa mogen besteden aan winstpremies.  Op de winstpremie is geen personenbelasting verschuldigd.

·         Teneinde misbruik te vermijden zullen in de uiteindelijke wetteksten bepalingen komen die de verschuiving van loon naar bonussen verbieden.  Het regime zou flexibeler zijn ten opzichte van het reeds bestaande collectieve loonbonussenplan (zogenaamde cao-90 bonussen), waaraan tal van administratieve en procedures verbonden zijn.


 

3.   Spaar- en beleggingsfiscaliteit

a.   Taks op effectenrekeningen

·         Natuurlijke personen die een effectenrekening bezitten waarvan de waarde meer dan 500.000 EUr bedraagt, zullen vanaf 2018 onderworpen worden aan een taks opeffectenrekeningen.  De heffing viseert rekeningen waarop aandelen, obligaties en fondsen voorkomen, met uitzonderling van pensioenspaarrekeningen en levensverzekeringen.

·         Het tarief van deze taks bedraagt 0,15%.  Het is nog niet duidelijk of deze taks geheven wordt op de totale waarde van de portefeuille, of op het deel van de waarde dat 500.000 EUR overschrijdt.

 

b.   Beurstaks

·         De beurstaks op obligaties wordt vanaf 1 januari 2018 verhoogd van 0,09% naar 0,12%, terwijl de beurstaks op aandelen vanaf dezelfde datum wordt opgetrokken van 0,27% naar 0,35%

 

c.   Activering spaargeld

·         De bestaande vrijstelling van interesten op geen gewoon spaarboekje (1.880 EUR geïndexeerd) wordt gehalveerd en zal dus nog slechts 940 EUR (geïndexeerd) bedragen.  In ruil wordt een vrijstelling ingevoerd voor dividenden op aandelen, met een drempel van 627 EUR (geïndexeerd)

 


4.   BTW

 

Optioneel stelsel voor BTW belaste onroerende verhuur

·         De verhuur van onroerend goed is (behoudens enkele uitzonderingen) vrijgesteld van BTW.  Dit impliceert dat de BTW die geheven wordt op kosten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen (aankoop, verbouwing, …) niet gerecupereerd kan worden.

·         Het recente begrotingsakkoord omvat een optioneel regime voor de BTW belaste verhuur van onroerende goederen.  Hierbij kan de belastingplichtige er spontaan voor opteren om zijn verhuur aan BTW te onderwerpen.  Desgevallend dient de belastingplichtige de huurgelden aan BTW te onderwerpen.  Dit betekend evenwel ook dat de BTW die geheven wordt op de kosten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen (aankoop, verbouwing, …), in aftrek genomen kan worden.

·         De regeling zal uitsluitend gelden voor vanaf 1 januari 2018 afgesloten contracten.  Daarnaast stelt de Minister in een persbericht dat de regularisatie van contracten uit het verleden uitdrukkelijk van deze regeling uitgesloten zal zijn.

Nog vragen ?

Maak gebruik van ons gratis eerstelijnsadvies.

Stuur een e-mail Bel ons: 053/81.01.25

Delen