Gevolgen van de BTW-plicht advocaten

Gevolgen van de BTW-plicht advocaten

Naar aanleiding van de jongste begrotingscontole heeft de federale regering beslist dat vanaf 1 januari 2014 BTW moet betaald worden op de diensten van een advocaat. Dit moet de schatkist dit jaar 89 miljoen euro opleveren.

Advocaten krijgen ook een recht op aftrek van BTW. Zij moeten BTW aanrekenen aan hun klanten, maar de BTW die ze zelf hebben betaald, kunnen ze recupereren.  Dit betekent dat de werkingskosten van de advocaat goedkoper worden.

 

Ook investeringen uit het verleden komen hiervoor in aanmerking. Voor roerende goederen zoals kantoormateriaal of computers, mag tot 5 jaar worden teruggegaan. Voor onroerende goederen zoals de kantoorgebouwen zelf, mag dat zelfs tot 15 jaar.

Hierna een gedetailleerde uitleg met een stand van zaken, onder voorbehoud van eventuele overgangsmaatregelen na het lopende overleg met de verschillende Ordes van Balies.

 

Waarop moet BTW gerekend worden ?

Vanaf 1 januari 2014 moet er 21 % BTW aangerekend worden op erelonen die betrekking hebben op dossiers of adviezen die vanaf die datum worden opgestart.

Erelonen voor dossiers die volledig vóór het jaareinde 2013 voltooid zijn, ontsnappen aan de BTW. ‘Voltooid’ houdt in dat de advocaat alles heeft verricht wat hij moest doen in het kader van zijn opdracht: er werd een vonnis verkregen, de echtscheiding werd uitgesproken, er is een advies opgeleverd, …

Dat de diensten die in 2013 werden afgerond, pas in 2014 worden betaald, heeft geen belang. Volgens de opeisbaarheidsregels voor de BTW volstaat het dat de diensten werden voltooid.

 

Wat met lopende dossiers die pas in 2014 of later worden afgesloten?

In de praktijk loopt een rechtszaak vaak over meerdere jaren. Moet er wel of geen BTW betaald worden over uw ereloonnota? Volgens de geldende BTW-wetgeving hangt het antwoord af van het ogenblik waarop de BTW ‘opeisbaar’ is.

Daarbij spelen twee parameters: het moment waarop de diensten voltooid zijn en/of wanneer er effectief door de cliënt wordt betaald. De datum van de ereloonnota heeft in principe geen belang. Als de diensten afgerond zijn vóór 1 januari 2014 of de ereloonnota betaald is vóór die datum, is er dus geen BTW verschuldigd. Voor de resterende diensten, die na 31 december 2013 worden verricht, moet wel BTW betaald worden.

 

Heeft het zin om een voorschotfactuur te vragen?

Op aangerekende voorschotten betaald vóór 31/12/2013 moet er geen BTW aangerekend worden. Daarom kan het interessant zijn om een voorschot of een provisie aan te rekenen voor de nog te verrichten diensten. Voorwaarde hierbij is dat de voorschotten duidelijk kunnen worden toegewezen aan gedetailleerde prestaties en dat de voorafbetalingen er niet enkel op gericht zijn om de BTW-heffing te vermijden.

 

Welke zijn de BTW-formaliteiten?

De details en concrete uitwerking van de BTW-plicht zijn op dit ogenblik nog niet bekend. Naar verluidt zijn er hierover momenteel nog verdere onderhandelingen aan de gang. Hierbij werd onder andere het verzoek geuit om de BTW-heffing alsnog te beperken tot dienstverleningen aan ondernemingen, waarbij dienstverleningen aan particulieren zouden worden vrijgesteld.

Of hieraan een positief gevolg zal worden gegeven, is nog maar de vraag, temeer omdat de meerinkomst die de regering voor ogen heeft, voornamelijk uit deze laatste categorie van transacties zal moeten komen.

Wel is zeker dat advocaten zich binnenkort, net als andere BTW-belastingplichtigen, voor BTW-doeleinden zullen moeten identificeren bij het lokale BTW-controlekantoor waaronder zij ressorteren.

Indien zij hun activiteiten onder vennootschapsvorm uitoefenen, zal de vennootschap voor BTW-doeleinden moeten worden geïdentificeerd.

In principe zullen maandelijks BTW-aangiften moeten worden ingediend. Er kan echter geopteerd worden voor kwartaalaangiften indien de jaaromzet, exclusief BTW, voor de volledige economische activiteit niet meer bedraagt dan 1 miljoen euro.

Naast de indiening van periodieke BTW-aangiften, zullen advocaten in principe ook facturen moeten uitreiken voor hun prestaties. Daarnaast zullen zij ook een boekhouding moeten voeren, aangepast aan de BTW-vereisten. Tevens zullen zij worden verplicht om jaarlijks een opgave van belastingplichtige afnemers in te dienen.

Tot slot moet mogelijks ook een opgave van de intracommunautaire handelingen worden ingediend. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer diensten worden verricht voor een BTW-belastingplichtige cliënt gevestigd in een andere Lidstaat.

 

Het recht op aftrek

Hoewel het niet altijd zo wordt ervaren, heeft de afschaffing van de BTW-vrijstelling in hoofde van de advocaten belangrijke voordelen. Zo zullen zij voortaan de BTW op aan hen geleverde diensten, aankopen van goederen en investeringen, in aftrek kunnen brengen.

Tevens biedt hen dit de opportuniteit om BTW te recupereren op door hen in het verleden aangegane investeringen, rekening houdend met de wettelijk bepaalde termijnen. Wat deze historische herziening betreft, valt nog af te wachten of de administratie naar analogie met de regeling voor notarissen en gerechtsdeurwaarders eveneens zal voorzien in een spreiding van de historische herziening in de tijd.

Is er op de rechtsplegingsvergoeding BTW verschuldigd?

Omdat de rechtsplegingsvergoeding als een schadevergoeding kan worden aanzien, moet op dit bedrag geen BTW betaald worden.

 

Is er BTW verschuldigd op de kosten die doorgerekend worden van de gerechtsdeurwaarder en de notaris?

Een notaris of gerechtsdeurwaarder rekent verplicht BTW aan en vanaf volgend jaar moet ook een advocaat dat doen.

 

En wat met kosten zoals griffie- en rolrechten?

Er zijn tal van kosten die de advocaat in eerste instantie betaalt en dan doorrekent. Voorbeelden zijn griffierechten, rolrechten, expeditie van vonnis of arrest, … Dergelijke kosten zijn niet onderworpen aan BTW. Daartoe moet aan de ereloonnota van de advocaat een originele kostenstaat worden toegevoegd. Dit is in se de voorschottenregeling zoals die geldt voor kosten m.b.t. notarissen en gerechtsdeurwaarders.

Door het feit dat advocaten ruim een half jaar op voorhand de tijd krijgen zich in regel te stellen met alle BTW-verplichtingen, zal er van een overgangsregime klaarblijkelijk geen sprake zijn.

Het wordt dus nog een druk najaar voor de advocaten…

 

Bronnen:

 Wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen (BS 1 augustus 2013 - art. 60 en 61)

Persbericht : Orde van de Vlaamse Balie

http://www.advocaat.be/UserFiles/PressItems/13%2006%2028%20OVB-persbericht%20btw%20advocaten%20nieuwe%20versie.pdf

Nog vragen ?

Maak gebruik van ons gratis eerstelijnsadvies.

Stuur een e-mail Bel ons: 053/81.01.25

Delen