Winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen

Winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen

Wie valt er onder de toepassing van winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen? En wat moeten deze zelfstandigen aangeven in hun aangifte in de personenbelasting?

De belastingplichtigen die industrieel, handelaar of landbouwer zijn en hun activiteit niet in vennootschapsvorm uitoefenen, moeten hun belastbare ‘winsten’ in dit vak aangeven.  Als algemeen criterium geld ‘het werkelijk stellen van daden van koophandel’.

Het is vaak moeilijk de belastingplichtigen met ‘winsten’ te onderscheiden van de belastingplichtigen die ‘baten’ (titularissen van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden).

De exploitaties van gemengde aard en de zogenaamde ambachten horen in het vak ‘baten’ thuis, evenals de volgende dienstverlenende beroepen :

  • boekhouders voor zover hun werkzaamheid zich beperkt tot de uitvoering van diverse materiële verrichtingen. (coderen van gegevens en automatisch opstellen van jaarrekeningen).  In alle andere gevallen moet men hun inkomsten onder de ‘baten’ vak XIV aangeven.
  • Zelfstandige apothekers die ook toiletartikelen en schoonheidsproducten verkopen ;
  • Makelaars in onroerende goederen ;
  • Manicuren, pedicuren, d.w.z. alle inrichtingen of personen die zich met lichaamsverzorging bezighouden, uitgezonderd de medische en paramedische beroepen ;
  • Opticiens ;
  • Tandtechnici die geen tandartsen zijn ;
  • Verzekeringsmakelaars en –agenten die niet als werknemers werken ;
  • Personen die geregeld en systematisch verkopen op rommelmarkten en handelen met een uitgesproken winstoogmerk ;
  • Beursmakelaars en wisselagenten.

Het begrip winst

De fiscale winst is niet automatisch gelijk aan het boekhoudkundig resultaat, maar ze wordt er wel van afgeleid.

Voorwaarde is dat uw boekhouding bewijskrachtig is.  Op fiscaal vlak hebben de vereenvoudigde en de volledige boekhouding dezelfde bewijskracht.  De fiscus mag aan de boekhouding geen strengere normen opleggen dan de wetgeving inzake de boekhouding en de jaarrekening.  De documenten die deel uitmaken van een boekhouding, moeten tien jaar bewaard worden.

De forfaitaire winstschalen

Talrijke ondernemers (handelaars, vaklui en landbouwers) zijn niet altijd in het bezit van geschriften rekeningen om hun belastbare winst vast te stellen.  Als er geen bewijskrachtige boekhouding bestaat laat de fiscale administratie toe om zelf de brutowinst te bepalen.  Dit gebeurt aan de hand van forfaitaire winstschalen.  Deze forfaits worden jaarlijks bepaald in overleg met de beroepsgroeperingen van allerlei sectoren.

Is men werkzaam in zulke sector, dan loont het houden van een bewijskrachtige boekhouding soms niet de moeite in vergelijking met de voordelen van het forfaitair aanslagstelsel. 

In het forfaitair stelsel bepaalt men de brutowinst op twee manieren :

  • ofwel past de administratie een forfaitair winstpercentage toe op het totale bedrag van de aankopen;
  • ofwel past ze het forfait alleen toe op het totaal van de werkelijk verkochte goederen ; dit veronderstelt wel dat men over een regelmatige inventaris beschikt.  De verzette aankopen = Beginvoorraad + aankopen – eindvoorraad.

De volgende beroepen komen in aanmerking voor forfaitaire winstschalen :

  • apotheker
  • bakker
  • caféhouder
  • frietkraamuitbater
  • haarkapper
  • handelaar in kranten en tijdschriften
  • kleinhandelaar in levensmiddelen
  • schoenen
  • tabak
  • textiel
  • lederwaren
  • zuivelproducten
  • vis
  • wild en gevogelte
  • landbouwer
  • schoenmaker
  • slager
  • ijsbereider

Forfaits worden in principe ieder jaar opgesteld.  Bepaalde forfaits variëren van streek tot streek.  Het forfaitaire taxatiestelsel is geen verplichting.  Hebt u een bewijskrachtige boekhouding, dan kunt u zicht laten belasten op basis van de werkelijke inkomsten en uitgaven. 

Forfaitaire winstschalen en beroepsverliezen

Kiest men voor een forfaitaire aanslag, dewelke is vastgesteld in overleg met de beroepsvereniging waartoe de belastingplichtige behoort, dan betekent dit de aanvaarding van dit ‘forfait’ voor het geheel.

Uitzonderlijke verliezen kunnen, in tegenstelling tot de gewone verliezen, wel bijkomend van de forfaitair vastgestelde inkomsten worden afgetrokken.  In dit geval berust de bewijslast evenwel bij de belastingplichtige.

Nog vragen ?

Maak gebruik van ons gratis eerstelijnsadvies.

Stuur een e-mail Bel ons: 053/81.01.25

Delen