De managementvennootschap: fiscale gevolgen en mogelijkheden

De managementvennootschap: fiscale gevolgen en mogelijkheden

In regel valt een managementvennootschap niet onder de uitzonderingen zodat het verlaagd tarief van toepassing is.

Voorbeeld van verschil in belastingdruk

Situatie 1:    éénmanszaak met belastbaar inkomen 50.000 euro

Situatie 2:    vennootschap met belastbare van 25.000 euro winst na aftrek van een wedde aan de zaakvoerder van 25.000 euro.

  • De belasting in de personenbelasting voor de schijf tot 25.000 euro is in beide gevallen dezelfde. Het verschil ligt hier in de belasting op de schijf boven 25.000 euro.
  • Op de schijf tussen 25.000 en 50.000 is 45 % belasting verschuldigd  (+ gemeentebelasting 6% )
    25.000 X 45 % X 1,06 = 11.925 euro
  • In de vennootschap is verschuldigd
    25.000 X 24,98% = 6.245 euro
  • Verschil = 5.680 euro

Door een splitsing van de belastbare inkomsten van 50.000 euro en door aldus een gedeelte in de vennootschapsbelasting te laten belasten, is er een belastingsvoordeel van 5.680 euro.

C. Planning

De vennootschap laat gemakkelijk toe om de uitgaven te plannen door onder meer de hierna volgende punten.

Bezoldiging onafhankelijk van het bedrijfsresultaat

Het persoonlijk inkomen van de bedrijfsleider kan volledig onafhankelijk worden gemaakt van het bedrijfsresultaat van de vennootschap en kan uitsluitend worden vastgesteld in functie van de financiële noden van de betrokkene. Dit laat toe aan de bedrijfsleider over de jaren heen een stabiel inkomen toe te kennen. De hoogte van het inkomen is, algemeen gesteld, vrij te bepalen.

Reservering van winsten

Het principe van reservering van winsten is het onmiskenbaar uitgangspunt voor een fiscaal optimaal gebruik van de vennootschapsstructuur. Dit principe zal des te meer haar vruchten afwerpen wanneer hoge uitschieters in het persoonlijk inkomen van de natuurlijke persoon voorkomen, uitschieters die in de personenbelasting in grote mate zouden worden afgeroomd door de progressiviteit van de belastingsschalen. Deze “inkomenspieken” kunnen in de vennootschap worden gereserveerd tegen voordeliger tarieven.

Hier is wel enige nuancering aan de orde: belasting op inkomsten uit beleggingen van het privé-patrimonium houdt meestal op met de inhouding van de roerende voorheffing (als die al van toepassing is). Daarentegen zijn de inkomsten uit het kapitaal dat via reservering in de vennootschap wordt opgebouwd, belast aan de gewone tarieven van de vennootschapsbelasting.

Aanwending van de opgebouwde reserves

De in de vennootschap opgehoopte middelen zijn goedkoper dan de eigen middelen verworven na betaling van de personenbelasting.

Deze middelen kunnen onder meer aangewend worden om investeringen uit te voeren.

D. Optimalisatiemogelijkheden

Door een splitsing van de belastbare winsten kan fiscaal geoptimaliseerd worden.

Elk fiscaal optimatisatiemechanisme dient altijd in zijn globale context te worden geplaatst. Dit is zeker het geval voor de beloningsstructuren t.v.v. bedrijfsleiders, die zowel de belasting in hoofde van de vergoedende vennootschap als de belasting in hoofde van de verkrijger moeten integreren.

Beloningen via onroerende inkomsten

Voorbeeld

Het typevoorbeeld is een gebouw dat in huur wordt gegeven aan een vennootschap door één van haar bedrijfsleiders. In hoofde van de bedrijfsleider is de huurprijs in de personenbelasting belastbaar als een onroerend inkomen. Dit levert voor de bedrijfsleider driedubbel voordeel op (in vergelijking met een bedrijfsinkomen):

  • De belastbare grondslag voor inkomsten uit onroerende goederen is kleiner dan voor bezoldigingen, wegens een forfaitaire kostenaftrek van 40 %.
  • Het scheppen van onroerende inkomsten laat toe de aftrek van intresten uit hoofde van schulden aangegaan om onroerende goederen te verkrijgen of te behouden, optimaal te gebruiken.
  • Op onroerende inkomsten worden geen sociale zekerheidsbijdragen geheven.

Herkwalificatie

Bij wet van 28 juli 1992 voerde de wetgever echter nieuwe bepalingen in die tot doel hadden het als overdreven beschouwde gedeelte van de huurinkomsten als beroepsinkomsten te herkwalificeren.

De herkwalificatie komt in het kort op het volgende neer.

Wanneer de huurinkomsten overdreven zijn, op basis van een berekeningsmethode, dan wordt het saldo niet als onroerende inkomsten maar als inkomsten uit een beroepsuitoefening gecatalogeerd, waardoor de hierboven vermelde voordelen wegvallen.

Intresten toegekend aan bedrijfsleiders

Voorbeeld

Wanneer de vennootschap belangrijke investeringen plant, beschikt zij in principe over drie bronnen om aan de nodige fondsen te komen. Aanspreking van de reserves, een beroep doen op externe financieringsbronnen (financiële instellingen) ofwel worden de nodige gelden of een gedeelte ervan door de bedrijfsleider hetzij ingebracht onder de vorm van kapitaal (kapitaalverhoging), hetzij onder de vorm van voorschotten.

Deze laatste mogelijkheid kan een fiscaal vriendelijk instrument zijn voor het overhevelen van gelden van de vennootschap naar de natuurlijke persoon. Intresten betaald door vennootschappen zijn in principe aftrekbaar van de belastbare inkomsten. In hoofde van de verkrijger-fysische persoon is de totale fiscale last slechts gelijk aan de bevrijdende roerende voorheffing.

Herkwalificatie

Intresten op voorschotten aan een vennootschap verleend door een aandeelhouder, natuurlijke persoon of door een bedrijfsleider, worden als dividend beschouwd wanneer en in de mate één van volgende grenzen worden overschreden.

  • In de mate dat het bedrag van de intrest hoger is dan een bedrag dat overeenstemt met de overeenkomstig de marktrente geldende rentevoet
  • Ofwel wanneer het totaal bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk verhoogd met het gestort kapitaal bij het einde van het tijdperk

E. Toekenning van voordelen in natura

De zaakvoerder-bedrijfsleider maakt soms gebruik van goederen van de vennootschap waarvoor geen vergoeding betaald wordt. In dergelijk geval geniet hij van voordelen in natura. Zij worden gewaardeerd en bij zijn persoonlijk inkomen gevoegd.

Indien voordelen van alle aard worden toegekend dan worden deze bij het bepalen van de belastbare basis bij de verkrijger in aanmerking genomen ten belope van de werkelijke waarde van dat voordeel in hoofde van de verkrijger. Men houdt dus rekening met de kost van het voordeel voor de verkrijger indien hij het rechtstreeks zou aanschaffen en niet met de kost in hoofde van de werkgever.

Uiteraard leidt dit tot waarderingsproblemen en de wetgever heeft het daarom wenselijk geacht om de meest frequent toegekende voordelen forfaitair te waarderen. Deze forfaitaire waardering heeft o.a. volgende voordelen:

  • Renteloze lening door een werkgever aan een lid van zijn personeel
  • De kosteloze beschikking over onroerende goederen
  • Het kosteloos verstrekken van verwarming en van electriciteit gebruikt voor andere doeleinden dan verwarming
  • Het kosteloos beschikken over dienstboden, huispersoneel, chauffeurs …

De aldus vastgestelde forfaitaire waarde moet steeds verminderd worden met de bijdrage van de werknemer in de kosten.

Het fiscaal voordeel van het toekennen van voordelen van alle aard of voordelen in natura bestaat er precies in dat de forfaitair vastgestelde waarden vaak lager liggen dan de werkelijke waarde van het toegekende voordeel. Het nadeel van het toekennen van voordelen van alle aard als onderdeel van een bezoldigingspolitiek is dat de waardering per K.B. wordt geregeld en dus steeds vatbaar is voor wijzigingen.

Daar de beoordeling van de toekenning van voordelen in natura regelmatig wijzigt, wordt hier niet dieper op ingegaan.

F. Pensioenvorming en sociale bijdragen

Sociale bijdragen

Bedrijfsleiders zijn, net als vrije beroepers en andere zelfstandigen, onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen en zijn uit dien hoofde sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd. Er wordt naar gestreefd enerzijds de bezoldiging zo laag mogelijk te houden, rekening houdende met de financiële noden van de bedrijfsleider, en anderzijds, daar waar het kan, de bezoldigingen om te zetten in roerende of onroerende inkomsten.

Op die manier zal niet enkel de verschuldigde personenbelasting kunnen worden beperkt, maar zal ook de berekeningsgrondslag voor de sociale zekerheidsbijdragen in belangrijke mate worden verlaagd.

Pensioenvorming langs de vennootschap

De huidige wetgeving dewelke de pensioenvormingen langs persoonlijke bijdragen en langs bijdragen langs de vennootschap stimuleert, laat niet onbelangrijke ruimtes om relatief belangrijke bedragen aan de vennootschap te onttrekken en op een pensioenrekening te storten.

G. Conclusie

Door de stichting van een vennootschap kan alvast fiscaal voordeel ontstaan. Wanneer men aandacht heeft voor zowel de éénmalige als de jaarlijkse optimalisatie dan is de oprichting van een vennootschap om fiscale redenen het overwegen waard. Ook wanneer niet fiscale redenen aan de oorsprong liggen van de oprichting, zijn de fiscale argumenten te onderzoeken.

Nog vragen ?

Maak gebruik van ons gratis eerstelijnsadvies.

Stuur een e-mail Bel ons: 053/81.01.25

Delen